Nederlandse Taal, Onderzoek

De zeven meest gemaakte taal-, spel-, en stijlfouten in zakelijke communicatie

Mus van het Dak Taalfouten NederlandsDe moderne zakenvrouw of -man is anno 2017 misschien wel meer dan ooit bezig met tekst. Even snel een appje, een e-mailtje of een bijdrage aan het groepsgesprek in Slack of Microsoft Lync; we tikken wat af tegenwoordig. Ondanks deze toegenomen taalblootstelling, is het algehele niveau van het Nederlands onder deze groep niet verbeterd. Sterker nog, het lijkt soms wel of de vluchtigheid waarmee velerlei berichten de wereld in worden geholpen, een versterkende werking heeft op de verloedering van de Nederlandse taal. Welk een verlies! En bovendien: onprofessioneel!

Om enige kentering in deze beweging te bewerkstelligen, hieronder de zeven meest gemaakte taal-, spel- en stijlfouten in zakelijke communicatie (met tips om fouten in de toekomst te voorkomen):

1. ‘Bij deze’
Wanneer je veel offertes verstuurt, of om een andere reden veelvuldig documenten verspreidt, zul je deze constructie vaak gebruiken. ‘Bij deze’ is echter eigenlijk grammaticaal onjuist. De juiste vorm is: ‘bij dezen’. Het woord ‘dezen’ kennen wij in het huidige Nederlands niet als los woord, vandaar dat ook in deze woordconstructie, de ‘n’ door de meeste mensen niet gebruikt wordt. De taalconstructie vormt echter een zogenaamde ‘vaste verbinding’, oftewel, een verzameling van twee of meer woorden die een gezamenlijke betekenis hebben wanneer ze precies op die manier bij elkaar staan. Deze vaste verbinding is ontstaan in een periode dat ook in Nederland nog met naamvallen werd gewerkt. Ken je het Duitse stamp-rijtje Mit, Nach, Bei, Seit, Von, Zu, Aus nog? De voorzetsels die altijd met de derde naamval (dativus) worden vervoegd? Deze horreur kende de Nederlandse taal vroeger ook. Uit die tijd stamt dan ook de constructie van ‘bij dezen’; net als in het Duits volgt op het voorzetsel ‘bij’ een derde naamval. Voor het woord  ‘deze’ betekende dat een achtervoegsel ‘n’ dus: dezen. Krijg je meteen klamme handjes wanneer je het woord ‘naamval’ hoort? Omzeil het probleem en gebruik: hierbij. 

2. Onterechte spaties
Het verkeerd of onterecht gebruiken van een spatie is een van de meest gemaakte spelfouten in Nederlandstalige communicatie. Het gaat dan vooral over spaties tussen woorden die bij elkaar horen, zogenaamde ‘samenstellingen’. Dit zijn woorden die zijn opgebouwd uit andere woorden die ook zelfstandig voorkomen, maar nu bij elkaar een nieuw woord vormen, zoals bijvoorbeeld: muismat (muis+mat) of factuurbetaling (factuur+betaling). Eigenlijk is het bijzonder vreemd dat in het spellen van samenstellingen zoveel fouten worden gemaakt. De regel is namelijk heel eenvoudig: in het Nederlands schrijf je samenstellingen zo veel mogelijk aan elkaar. Alleen wanneer dit echt een leesprobleem oplevert, is een tussenstreepje (-) toegestaan. Een spatie is altijd fout. Waarom is dit nu zo belangrijk? Dit heeft vooral te maken met onbedoelde betekenissen die kunnen ontstaan door de spaties. Vergelijk bijvoorbeeld ‘lange termijnplanning’ (een lijst van een aantal meter) of ‘langetermijnplanning’ (een planning waarin de verwachtingen over een langere periode worden besproken). Of ‘hoge snelheidstrein’ (een trein die niet onder een brug door kan) en ‘hogesnelheidstrein’ (een trein die ontzettend hoge snelheden bereikt). De wijdverspreide onduidelijkheid over dit onderwerp heeft zelfs tot de oprichting van het, ietwat ludieke, platform ‘Signalering Onjuist Spatiegebruik’ geleid. Hoe omzeil je dit probleem? Denk eenvoudig: kan het aan elkaar en is het nog leesbaar? Plakken! Wordt het woord wel erg lang? Plaats dan een streepje.

3. ‘Het meisje die we hebben aangenomen’, ‘Het zoontje van de baas die vanmiddag voor het eerst naar school gaat’
Mus van het Dak Taalfouten Nederlands
In de zinnen hierboven wordt een verwijsfout gemaakt. In het Nederlands kun je met verschillende woorden (die, dat, deze, het) verwijzen naar iets waar je het al eerder over hebt gehad. Het woord dat je hierbij moet kiezen, hangt af van het woord waarnaar je wilt verwijzen. De keuze is gebaseerd op het geslacht van het woord. In het Nederlands zijn alle het-woorden onzijdig, ongeacht de betekenis. ‘Het meisje’ en ‘het zoontje’ is dus onzijdig, ook al bedoel je hiermee een vrouw of een man. Naar onzijdige woorden verwijs je altijd met ‘dat’. Correct zou dus zijn: “Het meisje dat we hebben aangenomen” en “Het zoontje van de baas dat vanmiddag voor het eerst naar school gaat”. In de meeste gevallen, doe je dit automatisch goed: “het huis dat te koop staat”, “het fietspad dat verlicht wordt”, maar als de betekenis over iets of iemand anders gaat dan het woord zelf, gaat je brein soms naar de betekenis verwijzen en niet naar het woord zelf. Dus bijvoorbeeld naar “Het meisje (= de vrouw) die”. Hoe kun je dit voorkomen? Een handig trucje gaat als volgt: probeer je voor te stellen dat iemand jouw zin verkeerd verstaat en het tegenovergestelde vraagt, bijvoorbeeld, als we de voorbeeldzin “Het meisje die we hebben aangenomen” gebruiken, dat iemand zegt: “Wie, die jongen?” Jouw antwoord is dan altijd een geëxpliciteerde versie van naar wie je verwijst: “Nee, dat meisje!” Op die manier hoor je zelf al welk woord je moet gebruiken. In deze meer geëxpliciteerde vorm voel je namelijk vanzelf aan wat goed is, je zult niet zeggen: “Nee, die meisje!”.

4. “Een aantal medewerkers gaan niet mee” – “De media geeft ons product aandacht”
Deze zinnen zijn, zoals dat in mooi Nederlands heet, incongruent. Dat betekent dat het onderwerp en de persoonsvorm (het gebruikte werkwoord) niet bij elkaar passen, omdat het één enkelvoud is en het ander meervoud. Congruentiefouten vallen je in de meeste gevallen direct op: “de directeuren bespreekt vanmiddag het rapport”, “Onze secretaresse zijn vandaag ziek”. Eitje, dat ziet iedereen. Er zijn echter woorden, waarvan niet iedereen weet of aanvoelt of het om enkelvoud of meervoud gaat. Bijvoorbeeld het woord ‘media’. Dit is een meervoud (een medium, meer media), wat betekent dat “de media geven ons product aandacht” correct is. Waardoor ontstaat nu deze verwarring? 

Mus van het Dak Taalfouten Nederlands

Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat er weinig van oorsprong Nederlandse woorden zijn die eindigen op een -a in het meervoud. De meeste Nederlandse zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud op -(e)n, of -s, zoals bijvoorbeeld mens-mensen of directeur-directeurs. Een meervoud op een -a komt eigenlijk alleen voor bij woorden uit het Latijn, waarbij de meervoudsvorm in bepaalde naamvallen (help, daar zijn ze weer) eindigt op een -a. Deze woorden zien er dus voor een ‘gewone Nederlander’ uit als een enkelvoud, waardoor je grammaticale brein automatisch het werkwoord ook in het enkelvoud formuleert. Je brein heeft dus eigenlijk best goeie intenties. Hoe kun je dit voorkomen? Feitelijk kun je dit alleen oplossen door je vocabulaire uit te breiden en meer kennis op te doen van ongebruikelijke meervoudsuitgangen in het Nederlands.

Wat is dan fout aan “een aantal medewerkers gaan niet mee?”. Ook hier begaat je brein een denkfout. Over wie gaat deze zin? Over een aantal medewerkers, dat zijn er dus meer dan één. Dat klopt, qua betekenis, maar grammaticaal gezien zijn niet ‘de medewerkers’ het onderwerp, maar ‘een aantal’. Dit is dan weer enkelvoud – meervoud zou ‘de aantallen’ zijn – en dus is “Een aantal medewerkers gaat niet mee” correct. Er zijn nog meer woorden die gekoppeld kunnen worden aan een meervoud en hierdoor verwarring kunnen opleveren, bijvoorbeeld: “een soort mensen”, “een groep kinderen”, “een stel hangjongeren” of “de jeugd”. In al deze gevallen is de juiste werkwoordsvervoeging enkelvoud. Hoe kun je fouten in dit soort constructies voorkomen? Vermijd woorden die een ongedefinieerde hoeveelheid aangeven zoals ‘aantal’ en vervang dit door een concreet aantal, bijvoorbeeld: ‘twaalf medewerkers’.

5. Onbedoelde dubbelzinnigheid en tangconstructies
Deze ‘onwenselijkheden’ (feitelijk fout zijn de constructies niet)  zie je veel in rapportages, onderzoeken en beleidsdocumenten. In veel van dit soort documenten wordt namelijk onnodig ‘ingewikkeld’ taalgebruik gebezigd, om de stukken een officieel, academisch of onafhankelijk karakter te geven. De stukken zijn ‘niet voor iedereen’ en om een of andere reden resulteert dat in vaak nagenoeg onleesbare teksten. Die onleesbaarheid zit bijvoorbeeld in een constructie als: “Het onderzoek toont niet aan wie de directie gekozen heeft”. Dit betekent ofwel: het toont niet aan wie heeft gezegd: ‘jij mag in de directie’ óf het onderzoek toont niet aan welke persoon door de directie is ‘verkozen’ voor een bepaalde taak of opdracht. Dit is dus dubbelzinnig en onduidelijk. Daarnaast zie je in dit soort teksten veel tangconstructies: zinnen waarbij delen die eigenlijk bij elkaar horen, ver van elkaar staan. Bijvoorbeeld: “De door ons al eerder aangekondigde en inmiddels, met behulp van externe medewerkers, ietwat vertraagde doch succesvol uitgevoerde werkzaamheden, blijken succesvol.” Het lidwoord ‘de’ hoort bij ‘werkzaamheden’. Deze woorden staan in dit voorbeeld echter mijlenver uit elkaar. Hoe kun je dit voorkomen? Simpel. Doe niet zo moeilijk. Wees helder! Lange zinnen zijn niet altijd beter. Zeker niet in rapportages die nogal eens letterlijk moeten worden geïnterpreteerd.

6. Geen ‘t’ durven opschrijven
Er zijn woorden die we in 80% van de gevallen met een ‘d’ aan het eind geschreven zien. Bijvoorbeeld: betaald, bedoeld, beloofd, bekend en geloofd. Meestal zien we deze woorden in een context waarin ze beschrijven dat iemand iets (niet) heeft gedaan. Ze worden dan ‘voltooid gebruikt’ zoals dat heet. Je kunt deze woorden echter ook gebruiken in een context waarin iem
and een van deze woorden nú aan het ‘doen’ is of in de toekomst gaat doen. Dan schrijf je deze woorden, in de tweede en derde persoon enkelvoud (jij, hij, zij, het) tegenwoordige tijd gewoon met een ‘t’. Voor veel mensen ziet dit er ‘fout’ uit. Bijvoorbeeld: “Meneer de Vries is nieuw als lid. Hij betaalt volgende week zijn eerste contributie.” Toch is dit wel juist. We gaan weer even terug naar de basisschool. Geen angst, we gaan geen rijtjes opdreunen of over sterke en zwakke werkwoorden en kofschippen zitten zaniken, maar even terug naar de eerste les, toen het nog makkelijk was. Je hebt de ik-vorm van een werkwoord. Als je daar een ‘t’ aan vastplakt, heb je de jij-vorm en de hij/zij/het-vorm. Dat is het. Meer hoef je niet te weten. Die ‘d’-s aan het eind, die komen alleen maar in de verleden tijd voor en dat is alweer groep vier.

7. Managementtaal
Mus van het Dak TaalfoutenOver dit onderwerp zijn al blogposts genoeg geschreven, maar toch kan deze echt niet uitblijven: het gebruik van managementtaal in je B2B, B2C of welke vorm van (zakelijke) communicatie dan ook (vooral in de vorm van een betweterige e-mail naar een collega) moet echt strafbaar worden. Voor de leken onder ons: managementtaal is een verzameling van woorden en begrippen die veelal ‘vaag’ zijn, soms nagenoeg geen betekenis lijken te dragen en voornamelijk worden gebruikt door een specifieke groep. Deze groep doet heel erg alsof het voor hen wel duidelijk is wat deze woorden betekenen. Hiermee creëren ze een zekere hiërarchische distantie ten opzichte van ‘gewone’ medewerkers. Het gebruik van managementtaal gaat veelal gepaard met instemmende knikjes van mede-managementtaalgebruikers en/of aspirant-managementtaalgebruikers. Deze laatste groep weet eigenlijk nog steeds niet waar het over gaat, maar kan ook nog 
niet goed genoeg terug praten in managementtaal om dit onbegrip te verdoezelen. Waarom moet managementtaal weg uit jouw communicatie: omdat het interessantdoenerij ten top is! Deze inmiddels klassieke managementtaalconstructies mogen in elk geval niet:

  • In je kracht staan/ iemand in zijn/haar kracht zetten
  • Ergens een klap op geven (uiteraard nadat iedereen er een plasje over gedaan heeft)
  • Aanhaken, Uitrollen, Aftikken, Aanvliegen, Doorpakken
  • Bila-tje
  • Quick wins
  • Sparren
  • Inschieten (voornamelijk meetings)
  • Ergens op schieten (voornamelijk plannen) 
  • Stip op de horizon
  • Uit je comfortzone – Out of the Box
  • Iets escaleren naar boven
  • Helicopterview

 

Mis jij nog een veelgemaakte taal-, spel- of stijlfout? Laat het me dan weten in de comments! Benieuwd op welke manier jij jouw taalvaardigheid nog verder kan verbeteren? Informeer naar ons cursus- en trainingsaanbod.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *